Broedproces

Broedeieren kunnen op twee manieren worden uitgebroed: natuurlijk onder een broedse kip, ook wel een kloek genoemd, of kunstmatig in een broedmachine.

Natuurlijk broeden

Bij natuurlijk broeden worden de eieren uitgebroed door een broedse kip. Een broedse kip blijft vrijwel de hele dag op het nest zitten en legt in die periode geen eieren. Ze verlaat het nest alleen om zelf te eten en te drinken.

Afhankelijk van de plaats van het nest en de manier waarop de andere kippen ermee omgaan, kan het nodig zijn het nest te verplaatsen. Dat heeft echter niet de voorkeur.

Kunstmatig broeden

Bij kunstmatig broeden worden de eieren uitgebroed in een broedmachine. Dit is minder natuurlijk dan broeden onder een kloek, maar het biedt wel de mogelijkheid om het proces stap voor stap te volgen. Ook kinderen kunnen zo van dichtbij meemaken hoe de eieren uitkomen. Dat is een leerzame ervaring.

Een broedmachine maakt het bovendien mogelijk om het hele jaar door te broeden, zolang je beschikt over kwalitatief goede broedeieren. Wanneer de kuikens in de koudere maanden uitkomen, is extra aandacht voor de temperatuur en voldoende verlichting nodig. Kuikens eten namelijk ook ’s nachts, wanneer het hok goed verlicht is.

Welk type broedmachine geschikt is, hangt onder andere af van het aantal eieren dat je wilt uitbroeden en van de vraag of je eenmalig of bijvoorbeeld ieder jaar wilt broeden.

Broeden met een broedmachine

Een goede voorbereiding en verzorging zijn belangrijk voor een goede uitkomst van broedeieren. De mees belangrijke kernpunten waar rekening meegehouden zijn: 
 
  • Plaats van de machine: Zet de broedmachine niet achter glas in de zon en niet in een ruimte die te koud of te warm is. Schommelingen in temperatuur kunnen de uitkomst nadelig beïnvloeden.
  • Voorbereiding: Zet de broedmachine 24 uur vóór het inleggen aan, zodat de temperatuur stabiel is.
  • Temperatuur: Stel de broedmachine in op 37,5–37,8 °C
  • Luchtvochtigheid: Ongeveer 45% tijdens de eerste 17 dagen.
  • Dag 7–10: Schouw de eieren in het donker met een schouwlamp of telefoon. Verwijder onbevruchte eieren om rotten en besmetting te voorkomen. Heb je geen ervaring met schouwen? Houd dan dag 10 aan.
  • Dag 18: Stoppen met het keren van de eieren en de luchtvochtigheid verhogen naar ongeveer 65%.
  • Tijdens het uitkomen: Houd de broedmachine gesloten. Door openen kan het vlies uitdrogen, waardoor een kuiken mogelijk niet meer uit het ei kan komen. Wacht tot de kuikens droog en actief zijn.
  • Na het uitkomen: Kuikens kunnen dankzij de opgenomen dooierzak ongeveer 36 a 48 uur zonder voer. Daarna kuiken opfokvoer en ieder dag vers water.

Broedtemperatuur

 
Temperatuur Uitkomst Risico embryonale sterfte Gevolg
36,0 - 37,0 °C 40 - 60% hoog langzame ontwikkeling, veel niet uitgekomen eieren, zwakke kuikens
37,5 - 37,8 °C 85 - 95% laag optimale ontwikkeling
38,0 - 38,5 °C 50 - 70% matig snelle ontwikkeling, misvormde of kleverige kuikens
boven 39,0 °C 0 - 20% zeer hoog embryonale sterfte
 

De temperatuur van de ruimte kan de binnentemperatuur van de broedmachine beïnvloeden.

  • In koude maanden: door warmteverlies kan de temperatuur in de machine onder de ingestelde waarde dalen. Dit remt de ontwikkeling van de kuikens en kan de uitkomst beïnvloeden. Verplaats de machine zo nodig naar een warmere ruimte of verwarm de ruimte.
  • Ventilatierooster: draai het rooster niet dicht om warmte vast te houden. Daardoor wordt de ventilatie beperkt, wat de ontwikkeling en uitkomst nadelig kan beïnvloeden.
  • In de zomer: vooral machines met een ingebouwde ventilator kunnen mede door de warmte van de ventilatormotor oververhit raken. Zorg dan voor verkoeling met een ventilator of airconditioning.
  • Airconditioning: richt de luchtstroom niet rechtstreeks op de broedmachine, omdat daardoor condens kan ontstaan.
  • Alternatief: verplaats de machine naar een goed geïsoleerde ruimte.

Eieren schouwen

Met het schouwen van eieren controleer je of een ei bevrucht is en of het embryo zich goed ontwikkelt. Ook kun je zien of de ontwikkeling is gestopt. Hieronder lees je wanneer en hoe je eieren schouwt en waarop je moet letten.

Wat heb je nodig?
Voor het schouwen heb je een felle lamp nodig met een opening die kleiner is dan de diameter van het ei. Je kunt hiervoor een speciale eierenschouwer gebruiken. Een mobiele telefoon met een sterke lamp kan hiervoor ook gebruikt worden.

Wanneer kun je eieren schouwen?
Schouw de eieren bij voorkeur al voordat je ze in de broedmachine legt. Zo controleer je of de eieren onbeschadigd zijn. Let vooral op scheurtjes in de schaal. Eieren met een scheurtje zijn extra gevoelig voor bacteriën en kun je daarom beter niet in de broedmachine leggen.

Hoe schouw je een ei?

  • Ga in een donkere ruimte staan, bij voorkeur in de buurt van de broedmachine.
  • Houd de bolle kant van het ei tegen de lichtbron. Aan deze kant bevindt zich de luchtzak.
  • Draai het ei langzaam rond en bekijk de inhoud.
  • Leg de eieren zo snel mogelijk terug in de broedmachine.

Wanneer een ei voor het schouwen ongeveer vijftien minuten buiten de broedmachine is geweest, heeft dit geen nadelig effect op de ontwikkeling van het embryo. Probeer de eieren wel zo kort mogelijk buiten de broedmachine te houden.
Broed je vaker eieren uit? Nummer dan de eieren en schrijf je waarnemingen op. Zo kun je de resultaten van verschillende schouwmomenten vergelijken en steeds meer ervaring opdoen.
Donkere of gespikkelde eieren zijn moeilijker te schouwen, omdat de schaal minder licht doorlaat.

Eerste schouw
De eerste schouw doe je rond de 7e broeddag. Wanneer dit eerder wordt gedaan is er meestal nog weinig ontwikkeling te zien en is het moeilijk om bevruchte en onbevruchte eieren van elkaar te onderscheiden.

Tweede schouw
De tweede schouw doe je rond de 14e broeddag. Je controleert dan vooral of het embryo zich goed ontwikkelt en nog in leven is.

Hoe herken je een onbevrucht ei?
Een onbevrucht ei ziet er tijdens het schouwen ongeveer hetzelfde uit als vóór het begin van het broeden. De inhoud blijft helder. Je ziet geen bloedvaten, donkere embryoplek of bloedring.
Twijfel je? Markeer het ei dan en controleer het bij de tweede schouw, rond de veertiende dag, opnieuw.

Hoe herken je een goed ontwikkelend embryo?
Bij een goed ontwikkelend embryo zie je:

  • bloedvaten die vanuit het midden naar de buitenkant lopen;

  • een donkerder gedeelte in het midden: het zich ontwikkelende embryo;

  • donkere vlekjes die wijzen op de ontwikkeling van de ogen;

  • beweging van het embryo.

De zichtbaarheid van deze kenmerken hangt af van de sterkte van de lamp en van de kleur en dikte van de eierschaal.

Hoe herken je een gestorven embryo?
Een rode bloedring aan de binnenkant van de schaal is een duidelijk teken dat het embryo tijdens het broeden is gestorven. Deze ring ontstaat doordat de bloedvaten na het afsterven van het embryo naar de schaal wegtrekken.
Verwijder een ei met een duidelijke bloedring uit de broedmachine. Zo voorkom je dat het ei verder bederft of in de broedmachine openbarst.
Weet je niet zeker of een embryo is gestorven of gestopt met groeien? Markeer het ei dan en controleer of er een kuiken uit dit ei gekomen is.

Uitkomst eieren

De broedmachine openen zodra de eerste eieren uitkomen is begrijpelijk, maar meestal niet verstandig. Door het openen dalen de temperatuur en luchtvochtigheid snel. Bij een al aangepikt ei kan het vlies uitdrogen, waardoor het kuiken onvoldoende kracht overhoudt om uit het ei te komen.

Wees terughoudend met het helpen van kuikens bij het uitkomen. Vooral zwakkere kuikens kunnen later tijdens de opfok alsnog sterven.

Na het uitkomen kunnen kuikens ongeveer 36 a 48 uur zonder voer, omdat zij nog voeding uit de dooierzak opnemen. Je kunt ze eerder uit de machine halen, maar dat is niet noodzakelijk. Wacht bij voorkeur totdat ze volledig droog zijn en goed lopen.

Evaluatie broedcyclus

Het is verstandig om het uitkomstpercentage na iedere broedronde te evalueren, zowel wanneer het resultaat goed is als wanneer het tegenvalt. Ga na waardoor het percentage hoog of laag was en noteer de bevindingen voor een volgende ronde.

Veelvoorkomende oorzaak: wisselende temperatuur

Een niet-constante broedtemperatuur kan verschillende oorzaken hebben:

  • een defecte thermostaat die niet goed schakelt.
  • een onnauwkeurige analoge thermostaat die bij een te grote temperatuurafwijking reageert.
  • een temperatuurvoeler die tegen de buitenwand ligt en daardoor de wandtemperatuur meet in plaats van de luchttemperatuur.
  • een broedmachine in een ruimte met sterke temperatuurschommelingen.

Andere mogelijke oorzaken

  • De (kunstof) broedmachine staat achter een raam en wordt opgewarmd door de felle middagzon.
  • De eieren zijn niet eerst op kamertemperatuur gekomen voordat ze in de voorverwarmde machine werden gelegd.
  • De broedmachine is onnodig geopend, waardoor temperatuur en luchtvochtigheid sterk schommelden.
  • Onvoldoende zorgvuldigheid of hygiëne kan het resultaat eveneens nadelig beïnvloeden.

Een betrouwbare broedmachine voorkomt veel problemen, maar controle en registratie blijven belangrijk. Meet de temperatuur minimaal twee keer per dag en schrijf de waarden op. Zo kun je achteraf beter bepalen welke oorzaken mogelijk een rol speelden of juist kunnen worden uitgesloten.

Gefokt en verzorgd op ons eigen erf

Vitale kippen en verse broedeieren

Broedservice voor uw eigen eieren

Persoonlijk advies, ook na aankoop

© 2026 Het Kippenerf
Realisatie: Klok Software